woensdag 25 juli 2007

25 juli 07 Skaftafell naar Hofn





In de voormiddag maken we de wandeling naar de Svartifoss en lopen een stuk door op de route naar morsardalur

De Svartifoss is een bijzonder fraaie waterval in het Nationale Park, en loont de wandeling van een uur heen en weer zeker.
De waterval is omgeven door kolommen van zwart basalt, vandaar zijn naam: Zwarte waterval. De hexagonale basaltkolommen hebben kunnen ontstaan doordat lava zeer langzaam heeft kunnen afkoelen waardoor het gesmolten gesteente heeft kunnen kristalliseren. Deze kolommen hebben IJslandse architecten, zoals Guðjón Samúelsson, bij hun ontwerpen geïnspireerd. Dat is onder meer terug te zien aan het Nationate Theatergebouw en de Hallgrímskirkja kerk in Reykjavik .














Sel de enigste boerderij op Skaftafell...
een beetje verder verkopen de boerderijkids stukjes chocaladecake....in het ijslands 'KAK'




In de namiddag splitst de groep zich en reizen Miguel en ik door naar Hofn.
We krijgen meteen een lift van een Ijslands koppel met zoontje dat op weg is naar een zomerverblijf in het Noorden.
Zij vertellen honderduit over het leven op Ijsland, interessant... Onderweg stoppen we aan het jokulsarlon meer ,het is er ijskoud met een gure wind , als we vertellen dat we eigenlijk van plan waren hier te kamperen verklaren ze ons zot en bieden een lift aan tot in Hofn waar ook zij zouden gaan kamperen ( besparing 3600 isk pp)










Höfn is een IJslands 1800 inwoners tellend vissers -en handelsstadje gelegen op een schiereiland tussen de Hornafjörður en Skarðsfjörður fjorden in het zuidoostelijke deel van het eiland in de gemeente Hornafjörður.
Höfn kent zijn jaarlijkse culturele hoogtepunt tijdens het Humarhátíð, het kreeftfestival dat eind juli of begin juli plaats vindt.
Overigens is de IJslandse uitspraak van Höfn een uitdaging: je zegt zoiets als hubn, en ademt de "n" daarbij door de neus uit!

dinsdag 24 juli 2007

24 juli 07 Kirkjubæjarklaustur naar Skaftafell



We gingen weer liften van Kirkjubæjarklaustur naar Skaftafell...even voorbij het ronde punt, duim omhoog en prijs ...een Belgisch koppel Lieve en Dirk met Range Roover uit Temse? Zij zijn al 3 weken op Ijsland en keren nu terug noordwaarts om de boot te nemen naar Denemarken...We rijden samen met hen naar een gletsjer toe over een 4WD track, bezoeken de resten van de grote brug en gaan naar de gletsjer bij Skaftafell ....zij zetten ons mooi af op het kampeerterrein van Skaftafell ( besparing 3000 isk pp) , We zoeken ons een windvrij plekje want er staat wel wat koude wind en ook een beetje in het zicht en aan een tafel voor als de rest van de groep afkomt, kunnen we samen aan tafel eten















Het Skaftafell gebied werd op 15 september 1967 tot Nationaal Park verklaard, en het werd naderhand tot twee maal de oorspronkelijke grootte uitgebreid. Het oppervlak bedraagt nu zo'n 1700 km² en is het een na grootste park van IJsland. Onderdeel van het park is de Mörsárdalur vallei, de berg Kristinartindar, de Svartifoss waterval en de Skaftafellsjökull gletsjer, onderdeel van de Vatnajökull.














Het landschap is het resultaat van duizenden jaren invloeden van erupties van vulkanen onder de Öræfajökull, slijtage door de Skeiðarájökull en Skaftafellsjökull gletsjers en van rivieren, zoals de Skeiðará, de Morsá en de Skaftafellsá. Vulkanisch uitbarstingen onder een ijskap kunnen aanleiding geven tot gletsjerdoorbraken die de rivieren met gigantische hoeveelheden smeltwater en modder kunnen doen wassen, tot katastrofale overstromingen aan toe. De zanderige vlakten tussen de gletsjer en de kust die na een jökulhlaup overblijven wordt in IJsland een Sandur genoemd.
Ook tussen Skaftafell en de kust, die op tientallen kilometers afstand ligt, bevindt zich een Sandur, een zwart desolaat gebied met slechts hier en daar wat lichte begroeiing. De laatste jökulhlaup op IJsland dateert uit 1996.
Skaftafell is een gewilde plaats omdat het klimaat er, naar IJslandse maatstaven, over het algemeen mild is met daarbij zonnige dagen in de zomer, hetgeen in Zuid-IJsland zeldzaam is. Tevens heeft het een overweldigende natuur en is het een van de zeldzame plaatsen op IJsland met een natuurlijk bos, het Bæjarstaðarskógur met daarbij een rijk vogelleven.





In de Middeleeuwen waren er meerdere boerderijen in dit gebied, waarvan een aantal grote. Na gletsjerdoorbraken werden de meesten verlaten, en de twee overgebleven boerderijen fungeren nu veelal als toeristische pleisterplaats.

Aan het begin van het park is een informatie centrum, voor we gaan wachten op onze vrienden maken we de wandeling naar de voet van de gletsjer, verzamelen wat stenen en bekijken de expositie en interessante film over de vulkaanuitbarsting van de grimsvotn...

De Grímsvötn (IJslands: vatn = meer) zijn subglaciale meren, die in het IJslandse middelgebergte onder de ijskap van de gletsjer Vatnajökull verborgen liggen. Deze meren ontstaan doordat er zich onder de ijskap een magmakamer bevindt, die het bovenliggende ijs doet smelten.



Grímsvötn in 1972
Net als alle andere vulkanen van IJsland wordt ook deze zeer nauwlettend geobserveerd. Hieraan is te danken dat in 1996 een door een vulkaanuitbarsting onder de Grímsvötn 1996 veroorzaakte gletsjerdoorbraak relatief goed afliep. De uitbarsting werd gedurende twee dagen ervoor voorafgegaan door een reeks aardbevingen en een wolk van rook en as. De hoeveelheid water in de meren steeg door het smelten van het ijs en brak uiteindelijk door de ervoor gelegen ijswal heen. Daarbij was ook de Bárðarbunga vulkaan actief.
Het hete water en modder stortte zich in de rivier Skeiðará, die met een hoeveelheid tot 45.000 m3 per seconde het rivierdal in stroomde, waardoor het eracher gelegen natuurgebied onderliep. De rondweg rond IJsland (Hringvegur) was reeds enkele dagen van tevoren afgesloten. Deze weg werd door de overstromingen en de meegekomen ijsbergen - waarvan vele tot 10m hoog waren en meerdere tonnen wogen - op meerdere plaatsen zwaar beschadigd. Een brug werd volledig vernield. Bij dit natuurgeweld liep evenwel niemand verwondingen op.
Op 1 november 2004 barstte de vulkaan opnieuw uit en slingerde een 13 kilometer hoge aswolk in de atmosfeer. Er vielen geen gewonden omdat de vulkaan in een onbewoond gebied in het zuidoosten van het eiland ligt. Het luchtverkeer werd ruim om de aswolk omgeleid. Als oorzaak voor de uitbarsting noemen onderzoekers de gestegen druk van een meer onder de Vatnajökull dat leidde tot het barsten van het onderliggende gesteente waardoor het lava vrij kwam en kon uitstromen.

maandag 23 juli 2007

23 juli 07 Skogar naar kirkjubaejarklaustur



S'morgens doen we nog een laatste poging om de pakketten terug te vinden ...tijdens de nacht viel mijn frank dat waarschijnlijk de naam die we op de pakketten schreven iets betekend en dat ze daar zullen naartoe gebracht zijn?
Na met een Ijslander gesproken te hebben ontdekken we dat De naam Byggoasafn museum betekend in het Ijslands.
In het museum vinden we dan toch de pakketten en hebben we terug eten voor de volgende dagen....

We maken van de gelegenheid gebruik om het museum buiten te bezoeken samen met een groepje duitsers, we aarzelden nog wat maar werden vriendelijk uitgenodigd door de oprichter Þórður Tómasson Het volksmuseum huisvest een groot aantal gebruiksvoorwerpen en enkele historische gebouwen zoals een oud houten herenhuis dat werd gebouwd met drijfhout (1878), een kerkje (1879), een turfboerderij (1880), een schooltje (1901) en een boerderij (1919). Alle gebouwen zijn van elders naar het museum getransporteerd.












Door al dit rondgezoek hebben we onze bus van de dag gemist en proberen dan het liften...wat eigenlijk meteen goed lukt met een Engels koppel , Zij zetten ons af aan de afslag voor dyrholaey....en dan gingen we maar een stuk stappen en werden we meegenomen door een Zwitsers duo, een mama en haar tienerdochter...Zij brachten ons tot in Kirkjubæjarklaustur (prijs voor busrit bespaard van 4400 isk)










Het plaatsje Kirkjubæjarklaustur ( ongeveer 140 inwoners) ligt in het zuiden van IJsland aan de hringvegur (de rondweg, wegnummer 1) tussen Vík í Mýrdal en Höfn. De geografische ligging maakt dat Kirkjubæjarklaustur bekender is dan plaatsen van vergelijkbare grootte. Kirkjubæjarklaustur is de enige van de plaatsjes in de nabije omgeving die een vrijwel volledig pakket van diensten, zoals een tankstation, een bank, een postkantoor en supermarkt, biedt. Bovendien ligt het centraal tussen toeristische trekplaatsen, zoals de Lakagígar kraters, de Eldgjá (vuurkloof) en het Nationale Park Skaftafell.

Nog voor de permanente kolonisatie van IJsland hebben waarschijnlijk tijdelijk Ierse monniken bij Kirkjubaejarklaustur gewoond. Vanaf 1186 tot de reformatie in 1550 heeft er een Benedictijns nonnenklooster gestaan. De namen van de nabij gelegen waterval Systrafoss (waterval van de zusters) en het Systravatn meer op de hoogvlakte boven het dorp verwijzen naar dit klooster. De Systrastapi (zuster’s kei) verwijst naar een rots waar twee nonnen, die van vermeende activiteiten van ketterij werden verdacht en derhalve zijn verbrand, zijn begraven. Het dorp werd in IJsland beroemd na een uitbarsting van de Lakagígar vulkanenrij in 1738. De pastoor van de plaatselijke kerk, Jón Steingrímsson, hield toen een dienst dat bekend werd als de "Vuurdienst". De legende zegt dat deze dienst de lavavloed tot stoppen bracht, en het dorp derhalve op het laatste moment spaarde. Een kapel werd in 1974 ter nagedachtenis aan deze pastoor gebouwd.






Een attractie vlakbij het plaatsje is Kirkjugólf (Kerkvloer), een natuurlijk geologisch fenomeen van basalt. Midden in het weiland staat een verzameling van basaltzuilen waarvan alleen de bovenzijde in een plat vlak net boven het maaiveld uitsteekt waarbij het lijkt alsof er in vroeger tijden een vloer is gelegd. Hoewel het niet uit overleveringen bekend was, heeft men gedurende lange tijd gedacht dat er ter plaatse ooit een kerk of iets dergelijks had gestaan. Dergelijke basaltformaties zijn niet uniek in de wereld, en iets dergelijks is bijvoorbeeld bij Giant's Causeway in Ierland te zien.